Geschiedenis van het landgoed

In 1637 liet Johan Strick III (1583-1648) , een gegoede burger uit Utrecht, een kasteelachtig huis bouwen op de plek waar in het toen nog zompige moerasgebied een eenvoudige boerenhofstede stond. Het huis kenmerkte zich door een vierkante plattegrond, twee vrijstaande torens, omgrachting, een ophaalbrug en oprijlaan. Het kreeg de naam Huys te Linschoten en Johan Strick veranderde zijn naam in Strick van Linschoten. Bijna een eeuw later, in 1721, werd het huis door zijn achterkleinzoon Adriaan Strick van Linschoten (1687-1759) grondig verbouwd. De voorgevel werd verhoogd door de plaatsing van een extra verdiepingsvloer. De bijgebouwen, zoals het koetshuis en de duiventoren, stammen ook uit die bouwperiode.

Zeven generaties later laat de kinderloze Emil Strick van Linschoten (1798-1849), die als een kluizenaar Huis te Linschoten bewoond, bij zijn overlijden zijn totale bezit op Linschoten na aan zijn nichtje Else von Arnim (1834-1919), toen nog maar vijftien jaar oud.

Else groeide op in Duitsland maar woonde vanaf 1850 met haar vader in het huis dat ze van haar excentrieke oom Emil had geërfd.  Ruim tien jaar later vertrok de inmiddels gehuwde Else met haar jonge gezin weer naar Duitsland, maar verbleef tijdens de zomermaanden nog geregeld op het landgoed in haar zo geliefde Linschoten.

In 1891 besluit Elses man Friedrich Wilhelm von dem Bussche-Ippenburg (1830-1897) tot verkoop van het landgoed. Het huis is door slecht onderhoud inmiddels in een vervallen staat geraakt. Het landgoed wordt op 22 september 1891 in losse kavels en objecten in een openbare veiling aangeboden. Menig dorpsbewoner, boer of pachter biedt op een van de kavels om zo eigenaar te kunnen worden van boerderij en landerijen. Dit blijkt allemaal tevergeefs wanneer de Utrechtse tabakshandelaar Ribbius Peletier II (1818-1901) het gehele landgoed voor fl. 499.400,- koopt van de Duitse eigenaar.

Het kwam neer op ‘groot geld’ tegen ‘klein geld’ en het lijkt niet onjuist om ervan uit te gaan dat de notaris doorgestoken kaart heeft gespeeld ten voordele van de rijke tabakshandelaar. Ribbius Peletier II zette het landgoed op naam van zijn zoon Ribbius Peletier III (1856-1930).

Ribbius Peltier III had vier dochters en een zoon. Ribbius Peletier IV (1887-1969) werd na het overlijden van zijn vader in 1930 landheer van het landgoed. Ribbius Peletier IV was een rustige en ingetogen man met een groot gevoel voor detail en natuur. Misschien is zijn terughoudendheid achteraf wel zijn grootste verdienste. Het landgoed en het huis hebben onder zijn beheer geen noemenswaardige venieuwingen doorgemaakt en bleven daardoor in authentieke staat bewaard. 

Het is bijzonder dat ondanks het oprukken van de moderne tijd en de ligging in het randstedelijk gebied het landgoed zijn grenzen al bijna vierhonderd jaar heeft kunnen verdedigen en zijn karakter heeft kunnen behouden.

Het landgoed is meerdere malen in zijn eenheid bedreigd. Emil Strick van Linschoten stierf in 1849 kinderloos. De echtgenoot van erfgename Else von Arnim bood het geheel op een openbare veiling te koop aan, wat bij losse verkoop van de kavels het einde van het landgoed had betekend. De meest recente dreiging deed zich voor in 1969, toen Ribbius Peletier IV kinderloos stierf. Hij liet gelukkig al zijn bezittingen na aan de Stichting tot Behoud van het Landgoed  Linschoten.  www.landgoedlinschoten.nl Schermafbeelding 2015-03-30 om 10.32.16schilderij kasteel